Voorwaarden investeringsaftrek
Als u in een jaar meer dan € 2100 investeert in bedrijfsmiddelen kunt u een deel van dat bedrag aftrekken van de winst. Van belang is wel dat u de investeringsaftrek aanvraagt in het jaar waarin u de betalingsverplichting aangaat, ook als dit nog niet tot aftrek leidt.
Neemt u het bedrijfsmiddel niet in het jaar van investering in gebruik, dan kan een bepaald deel van de investeringsaftrek doorschuiven naar een volgend tijdvak.
In bepaalde gevallen heeft u geen recht op de investeringsaftrek. Onderaan kunt u daar meer over lezen.
Overzicht investeringsaftrek
In het onderstaande overzicht staat per aftrekpost uitgelegd aan welke specifieke voorwaarden u moet voldoen, en wat de bedragen zijn die u kunt aftrekken.
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
Voorwaarden:
- U voldoet aan de voorwaarden voor de investeringsaftrek
- U investeert een bedrag tussen de € 2.100 en € 232.000
Als uw bedrijf onderdeel uitmaakt van een samenwerkingsverband, moet u alle individuele investeringen bij elkaar optellen. Het percentage van de aftrek is dan gebaseerd op het gezamenlijke bedrag.
In onderstaande tabel kunt u zien welk percentage u in het kader van de kleinschaligheidsaftrek kunt aftrekken van de winst.
Tabel Kleinschaligheidsaftrek 2007
|
Investering meer dan |
Maar niet meer dan |
Aftrek |
|
- € 2.100 € 35.000 € 68.000
€ 100.000 € 133.000 € 166.000 € 198.000 € 232.000 |
€ 2.100 € 35.000 € 68.000 € 100.000 € 133.000 € 166.000 € 198.000 € 232.000 - |
0% 25% 21% 12% 8% 5% 2% 1% 0 |
Uitzonderingsgevallen
In de volgende gevallen heeft u geen recht op investeringsaftrek:
- Bedrijfsmiddelen zoals woonhuizen, grond, dieren en personenauto's die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer. Vaartuigen voor representatieve doeleinden, effecten, vorderingen, goodwill en publiekrechtelijke vergunningen;
- Bedrijfsmiddelen die zijn bestemd voor verhuur of voor gebruik in het buitenland, en bedrijfsmiddelen die minder dan € 450 per stuk kosten;
- Zaken die u van het privévermogen naar het vermogen van uw onderneming worden overgebracht;
- Investeringen waarvoor verplichtingen worden aangegaan tegenover personen die behoren tot uw huishouden, bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of personen die behoren tot hun huishouden.
- Als u een besloten vennootschap (BV) heeft:
Investeringen waarvoor de bv verplichtingen aangaat tegenover personen of rechtspersonen die een nauwe band met uw eigen bv hebben. Ook in de omgekeerde situatie bestaat in principe geen recht op investeringsaftrek.
In de laatste twee situaties kunt u wel verzoeken om ontheffing voor de uitsluiting van de investeringsaftrek.
Desinvesteringsbijtelling
Verkoopt u een bedrijfsmiddel binnen vijf jaar na het begin van het jaar waarin de investering werd gedaan, dan moet de investeringsaftrek of een deel daarvan worden 'terugbetaald'. Dit doet u door de winst in het jaar van verkoop te verhogen met de desinvesteringsbijtelling.
Dit geldt echter niet als u voor minder dan € 2.100 aan bedrijfsmiddelen verkoopt.
Voor de berekening van de desinvesteringsbijtelling geldt het volgende:
- Als de verkoopprijs lager is dan de aanschafwaarde, is de bijtelling een percentage van de verkoopprijs. Het gaat om het percentage dat u in het jaar van aanschaf ook voor de investeringsaftrek heeft toegepast.
- Als de verkoopprijs hoger is dan de aanschafwaarde, is de bijtelling gelijk aan het bedrag dat u aan investeringsaftrek voor het bedrijfsmiddel heeft afgetrokken in het jaar van aankoop.